Blog

Blog 2 | Eerste rijles op de Hemrik (En dus niet in Kuala Lumpur of op de A2)

Op de dag van mijn eerste rijles werd ik wakker met het gevoel alsof er een baksteen op mijn maag lag – maar dan wel eentje met een feestmutsje op. Angst en blijde nieuwsgierigheid liggen soms verrassend dicht bij elkaar. Om de dag als geheel nog net wat zenuwslopender te maken, had ik direct na mijn rijles een afspraak bij de tandarts gemaakt voor een lang uitgestelde periodieke controle. Dit alles onder het motto: “Als ik de rijles overleef, dan kan ik alles aan. Alles! Ook de tandarts!”

Ik vond dat wel dapper van mezelf. Anderen noemden het zelfkastijding.

Op de Zenuwslopende Eerste-Rijles-Plus-Tandarts-Dag-Des-Oordeels verscheen de lesauto keurig op tijd voor mijn huis. Met klamme handjes opende ik de autodeur en trof een vrolijke Jelmer aan. Het leek heel erg alsof hij het vooruitzicht dat ik zijn auto zou besturen helemaal niet beangstigend vond, waarvoor hulde. Wel mocht ik eerst nog even op mijn vertrouwde plek plaatsnemen: de passagiersstoel. We reden naar industrieterrein de Hemrik en pas daar mocht ik achter het stuur. (Ergens wist ik natuurlijk wel dat ik heus niet direct in de spits door het centrum, op de A2 of door Kuala Lumpur zou hoeven rijden. Maar toch. Ik had me in elk geval voor niets heel erg druk gemaakt, zoveel was duidelijk.)

Eenmaal op het industrieterrein legde Jelmer het verschil uit tussen de twee stuurmethodes: doorgeven en overpakken. Hij legde ook uit dat gangsters er misschien heel stoer uitzien als ze met slechts één hand bovenop het stuur door de stad cruisen, maar dat ze zichzelf bij een botsing sowieso bewusteloos meppen doordat ze de hele tijd hun arm voor de airbag houden. Weer een illusie armer. Daarna was het tijd om te oefenen. Slalommend en met een slakkengangetje manoeuvreerde ik de auto over het industrieterrein. Ik gaf door en pakte over alsof mijn leven er vanaf hing. Met wisselend succes, uiteraard, maar daar zag ik inmiddels de lol wel van in.

Tot slot kwam het leukste onderdeel: een spectaculaire noodstop met wuivende werklui in oranje hesjes als publiek. Piepende remmen, een bescheiden applaus – voor ik het wist zat het lesuur erop. Toen pas bleek dat de grand finale nog moest komen.

“Wil je zelf naar huis rijden?” 
“Eh, eh... ja?!” 

Niet geheel overtuigd begon ik aan de terugtocht. Met veel hulp, een heel scala aan hoognodige ingrepen en de blik strak vooruit op de grond – precies zoals het niet moet – reed ik naar huis. Voor spek en bonen, weet ik nu, maar toch: de kop was eraf. 

Bij thuiskomst zat mijn hond bij het raam op me te wachten. Met een panische blik in zijn ogen constateerde hij dat ik een auto aan het besturen was. Jullie moeten weten dat mijn hond normaal gesproken nauwelijks blaft, maar deze absurde nieuwe situatie – de vrouw achter het stuur – was voor hem kennelijk voldoende reden om eens flink alarm te slaan. Zijn bekje ging opeens woest op en neer. “NIET! DOEN! NIET! NIET! DOEN!” leek hij te blaffen. “STOP! NIET! DOEN! ALARM!”

Pas toen ik de auto goed en wel uit was, hield hij op. Het deed niets af aan mijn euforische stemming. “Beetje vertrouwen, hond!” zei ik tegen het beestje. “Baasje gaat d'r rijbewijs halen.”

///

In de volgende blog: “Automaat of handgeschakeld? Automaat, natuurlijk. Alleen voor slimme en vooruitstrevende mensen, cool guys en relaxte chicks.”