Blog

Blog 8 | Poging twee: het faalangstexamen

In mijn eerste rijexamen reed ik – tot groot vermaak van mijn hele omgeving – als een heuse Maxine Verstappen overal te hard. Door de zenuwen. Ik zakte, natuurlijk. Daarna was het best even lastig om de moed erin te houden. Gelukkig gaf Jelmer me niet echt de mogelijkheid om op te geven: een korte pauze was prima, maar daarna moest ik snel weer aan het lessen. Niet om te leren rijden, dat kon ik al best. De lessen tussen het eerste examen en het tweede examen waren vooral bedoeld om niet bang te worden en mijn zenuwpeesgedrag te overwinnen.

Als ervaringsdeskundige heb ik dus wel een aantal tips voor mensen die voor hun rijexamen zijn gezakt en daarna nog even verder moeten met lessen. Komen ze:

1. Blijf rijden, potverdorie
Deze is het allerbelangrijkst: stap snel weer de auto in. Opgeven in dit stadium is het domste wat je kunt doen. Je kunt al rijden, het is er alleen nog niet helemaal uitgekomen op het moment suprême. Dus hop: plan je volgende lessen in en vraag een volgend examen aan. In mijn geval was dat het faalangstexamen. Daar staat vaak een iets langere wachttijd voor, dus stel het niet te lang uit.

2. Zien is geloven
Werk aan je zelfvertrouwen in de auto. Ik had heel erg moeite om te vertrouwen op mijn eigen oordeel en controle over de auto. In godsnaam, als je niets in de spiegel ziet, is er dan écht niets? Wanneer verdwijnt een voetganger precies in de dode hoek? Kun je echt harder dan met drie kilometer per uur door de bocht? Dit soort dingen liet Jelmer me in deze periode zien (door letterlijk uit de auto te stappen en er omheen te lopen) en ervaren (door hard door de bocht te rijden; het was niet aangenaam, maar we gingen ook zeker niet dood). Soms moet je iets gewoon even zien om het te geloven.

3. Vergeet dat stomme examen
Wat mij hielp om de druk wat te verminderen: zie de rijlessen niet alleen maar als noodzakelijk kwaad om dat felbegeerde papiertje te behalen. Benader autorijden als een leuke hobby waarmee je verder niets hoeft te bereiken. Op feesten en partijen zei ik zo vaak mogelijk: “Andere mensen gaan iedere dinsdag tennissen – nou, ik ga iedere dinsdag autorijden met Jelmer.” Ik ging het zelf nog bijna geloven ook. Het einddoel compleet negeren: het hielp. No pressure. Heerlijk! 

Na een maand of twee kon ik op voor het faalangstexamen. Het idee van dit type examen is dat je meer tijd krijgt om te laten zien wat je in huis hebt. Het gesprekje vooraf duurt langer, de examinator is een pro in mensen geruststellen en indien nodig kun je tussendoor een time-out inlassen. De time-out heb ik overigens niet gebruikt. Mijn examinator was zo'n lieve en relaxte vrouw dat het niet nodig was. “We gaan een stukje rijden en verdwalen maakt niet uit, want dat heb ik ook altijd,” zei ze.

En dat deden we.

Of beter gezegd: dat deed ik. Een auto besturen, helemaal zelf, met naast mij iemand die mij vertrouwde. Ik voelde me best rustig en deed helemaal geen gekke dingen, zoals dertig kilometer te hard onder een viaduct door crossen. Bij terugkomst op het CBR kreeg ik dan ook te horen dat ik – ik, ik, ik – dan eindelijk geslaagd was voor mijn rijexamen. Woehoe!

Jij binnenkort ook? Ja toch? Do it